Zichtbare en onzichtbare steden

Door: Ruud Vermeer

Ben je op zoek naar romans en verhalen over steden? Je hoeft er geen moeite voor te doen. Soms zit het al in de titel zoals Amsterdam van Ian McEwan of Berlin Alexanderplatz van Alfred Döblin of The New York Trilogy van Paul Auster. Londen zit in boeken van Peter Ackroyd en Iain Sinclair; Parijs in Rayuela van Julio Cortázar en in verschillende romans van Patrick Modiano. Ook in Nederland hoef je niet lang te zoeken. Amsterdam is het decor voor verschillende boeken van Willem Frederik Hermans en A. F. Th. Van der Heijden, voor De avonden van Gerard Reve en Het groene gezicht van Gustav Meyrink. Eline Vere loopt door Den Haag en Vaandrager schreef De reus van Rotterdam en De Hef. De lijst is moeiteloos veel langer te maken.

Calvino

CALVINO

Eén van de leukste boeken over steden is De onzichtbare steden van Italo Calvino. Het is een hervertellen van de reizen van Marco Polo. Hij reisde aan het eind van de dertiende eeuw samen met zijn oom naar China. In Peking maakt hij kennis met de heerser van het land, Kubla Khan. Deze vindt Marco, die dan nog maar zeventien jaar is, een bijzondere jongeman en geeft hem opdrachten om door zijn land te reizen en dan aan het hof van zijn ervaringen verslag te doen. Na zeventien jaar daar te zijn geweest keert hij terug naar Venetië. Als hij een paar jaar later gevangen wordt genomen door Genuesen, de grote handelsconcurrenten van de Venetianen, schrijft hij in de gevangenis een verslag van zijn reizen. Het boek wordt Il Milione genoemd, Boek der miljoen wonderen.

Calvino laat Marco Polo in De onzichtbare steden aan Kublai Khan vertellen over de steden die hij tijdens zijn reizen heeft bezocht. Het is niet gezegd dat Kublai Khan alles gelooft wat Marco Polo zegt als hij hem de steden beschrijft die hij op zijn onderzoekingstochten heeft bezocht, maar de keizer der Tartaren blijft zeker met meer nieuwsgierigheid en aandacht naar de jonge Venetiaan luisteren, dan naar enige andere bode of verkenner.

Het waarom van deze houding ligt in het besef dat alles vergankelijk is. De keizer ziet door de verhalen van Marco Polo een soort structuur verschijnen die aan dat verval kan ontsnappen. De hoofdstukken hebben titels als: De steden en de herinnering, De steden en het verlangen, De steden en de tekens en De subtiele steden.

De beschrijvingen zijn soms bijna surrealistisch: Uit de stad Zirma komen alle reizigers terug met duidelijk verschillende herinneringen: een blinde neger die schreeuwt in de mensenmenigte, een gek die zich buigt over de rand van een wolkenkrabber, een meisje dat wandelt met een jonge poema aan een riem.

De stad als decor

In Amsterdam is een mooie stadswandeling uitgezet waarbij je in de voetsporen treedt van de hoofdpersonen uit het werk van Willem Frederik Hermans. Niet alleen die van Arthur Muttah uit De tranen der acacia’s en Lodewijk Stegman uit Ik heb altijd gelijk of Henri Osewoudt uit De donkere kamer van Damocles, maar ook uit het latere Madelon in de mist van het schimmenrijk. In het laatste wordt de Nes beschreven zoals het eind 1944 eruit moet hebben gezien:

‘Aan het eind van de Nes is een stenen trapje, waar de straat in eindigt. Op de bovenste trede staat een lantarenpaal. De lantaren verlicht een smalle kade met een hoog hek erlangs, die dwars op de Nes staat. Zijn meeste licht valt in het water. Omdat het hier gevaarlijk is, al komt er haast nooit een mens, is dit zo goed als de enige lantaren in de hele stad die nog brandt.… De kade is eigenlijk niet meer dan een smal balkon langs de huizen die in het water staan. Anders dan langs het trapje kun je er niet komen.’

Naast deze wandeling zijn er ook die je laten lopen in de voetsporen van de personages in de romans en verhalen van en over Multatuli, Nescio, A. F. Th. Van der Heijden en J.J. Voskuil.

Den Haag heeft natuurlijk Louis Couperus. Eline Vere heeft als ondertitel Een Haagse roman en ook Van oude menschen en de dingen die voorbijgaan en De boeken der kleine zielen spelen zich er af. Als Eline na een woede-uitbarsting het huis van haar zus uitloopt, kunnen we haar volgen. Het regent en stormt buiten.

Zij bespeurde eensklaps, dat zij zich in de Laan Copes van Cattenburgh bevond. Door den wind gedreven, ijlde zij over het doorweekte, modderige pad, terwijl de orkaan over het Alexandersveld loeide. (…) Zich als eene wanhopige tegen dien wind inzettend, sloeg zij dus het Alexandersveld links om, ten einde zich naar de Hugo de Grootstraat te begeven. (…) zij moest voort en zij kampte door met het monster en won telkens een pas verder. Zo bereikte zij de Javastraat en sloeg zij rechtsom, naar de Laan van Meerdervoort toe. (…) Die straten, welke zij iedere dag betrad, waarlangs zij iedere dag reed, waren haar in die loeiende duisternis als de onbekende wegen van een demonische stad, waarin zij ronddoolde gelijk een, door God vergeten, schim.

Steden met een ziel

Het is een mooi beeld: een stad die tot leven komt, een ziel blijkt te hebben waar mensen naartoe getrokken worden. In het buitenland hebben steden als Parijs, New York, Londen en Berlijn bijvoorbeeld dat imago gehad. Schrijvers, dichters, beeldend kunstenaars en muzikanten trokken erheen om in die sfeer te kunnen werken. In Nederland heeft Amsterdam ongetwijfeld die rol gehad en was Den Haag in de jaren zestig van de vorige eeuw even de Beatstad bij uitstek. Het draaide op een bepaald moment ook om. Zo werd Dublin de stad van Ulysses van James Joyce en men organiseert er jaarlijks op 16 juni allerlei evenementen. Men noemt het Bloomsday, naar de hoofdpersoon van het boek. Het is de dag waarop het boek zich afspeelt. Joyce had die gekozen omdat hij op die dag in 1904 een eerste afspraak had met zijn geliefde Nora Barnacle.

Londen is het decor voor uiteenlopende verhalen zoals Dr. Jekyll and Mr. Hyde van Robert Louis Stevenson (1896) en The Secret Agent van Joseph Conrad (1907). Het waren beide thrillers; de eerste gebaseerd op een droom over een gespleten persoonlijkheid, de tweede op een werkelijk gebeurde poging om een aanslag te plegen in Greenwich Park. Van recenter datum zijn de romans van Peter Ackroyd. Hawksmoor is één van de bekendste, een mysterieus verhaal dat draait rond de zes kerken die aan het begin van de achttiende eeuw door architect Nicholas Hawksmoor zijn ontworpen en gebouwd. De laatste jaren is het vooral Iain Sinclair die een heel oeuvre heeft opgebouwd waarin Londen een hoofdrol speelt. In het begin waren het zijn romans zoals White Chappell / Scarlet Tracings, later zijn verslaglegging van trektochten door de stad, zoals Lights out for the Territory en London Orbital. Het zijn bijzondere verzamelingen van anekdotes over vergeten schrijvers vermengd met persoonlijke herinneringen.

Le Spleen de Paris is de naam voor de prozagedichten van Charles Baudelaire. Het is een verzameling van vijftig teksten die hij schreef tussen 1857 en 1864 en die voor het eerst gebundeld verscheen in 1869, twee jaar na zijn dood. Hier is de stad de plaats waar nietsnutten en armoedzaaiers rondzwerven.

Het hedendaagse Parijs is vaak het decor voor de romans van Patrick Modiano. In het café van de verloren jeugd gaat onder meer over een groep jongeren die aan het begin van de jaren vijftig bij elkaar kwam en dezelfde kroeg bezocht. Ze zwerven doelloos door de stad en hebben eindeloze gesprekken. Het is een herkenbaar gegeven. Er wordt een fotograaf beschreven die zich onder de klanten van het café mengde.

‘Op den duur hoorde hij zelf ook tot de vaste klanten, en voor de anderen was het net alsof hij vakantiekiekjes nam. Jaren later zijn ze gepubliceerd in een fotoboek over Parijs, met alleen de voornamen of de bijnamen van de klanten als onderschrift.’

Het is overduidelijk een verwijzing naar Ed van der Elsken en zijn Love on the Left Bank. Als je daarna als nieuwsgierige lezer verder zoekt, ontdek je dat Modiano deels werkelijk bestaande figuren heeft beschreven.

Er zijn lezers die een stad bezoeken omdat ze die beschreven zagen in een roman die ze mooi vonden. Zo’n stad is Barcelona in de boeken van Carlos Ruiz Zafon bijvoorbeeld. Zijn Het kerkhof der vergeten boeken bestaat uit vier delen die zich in diverse perioden in het verleden van de stad afspelen. Het is een soort magisch realisme en je kunt je goed voorstellen dat mensen in de stad op zoek gaan naar die sfeer.

Het kan een soort omgekeerd toerisme worden: lezen over de plaatsen waar je geweest bent en ontdekken wat je hebt gemist zodat je er de volgende keer naar op zoek kan gaan.

Een eerdere versie van dit verhaal stond in Pandora, tijdschrift voor kunst & literatuur, jaargang 9, no 3 (2020)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar boven